joeteren (inf.)

computeren, iets op de computer doen/maken/spelen
"Ik ga vanavond lekker joeteren." "Ik ga vanavond lekker computeren." "Heb jij Quake 4 al gejoeterd?" "Heb je Quake 4 al op de computer gespeeld?" "Nee ik kan niet komen kwalmen, ik moet nog een werkstuk joeteren." "Nee ik kan niet komen kwalmen,

Door: vorticon, 7 april 2006